Vanuit mijn optimisme bedenk ik dat ik het wel kan, een kader scheppen waarbinnen ruimte is om bdsm te beleven. In het verleden kon ik prima navigeren tussen kaders, sex met de één, bdsm met een ander, soms zelfs met meerdere andere dominanten omdat de één zich meer richtte op de masochist in mij en bij de ander de sub meer naar voren kwam. Inmiddels ben ik zo gewend geraakt aan alles met één partner delen dat die kaders zijn vervaagd, dat is het mooie van samenleven met de partner waarmee je ook bdsm beleeft. Tot alles stroef gaat lopen, dan wordt het anders.
Ik had in mijn optimisme dus gedacht dat een avondje spelen wel zou lukken, ’s middags nog waren er wat semi dominante opmerkingen mijn kant opgekomen die een prettige prikkel gaven. En toen het moment daar was voelde ik van binnen een deur dicht slaan, ik kon me niet bewegen naar een ander kader. Er wás geen ander kader. Alles was mij, de prikkel die me de hele dag een prettig vooruitzicht gegeven had was verdwenen. Mijn partner trok me tegen zich aan en ik voelde tergend langzaam verdriet opborrelen, verdriet dat ik niet kon uiten dus mijn tranen rolden in stilte. Niet opgemerkt door hem vermoed ik, en mij lukte het niet om het te zeggen. Ik voelde uit alle macht, elk hoekje werd door mij afgetast. Was er ergens een sprankje prikkeling dat ik op kan pakken en uitvergroten zodat we wél die overgang naar spel konden maken? Ik kon het niet vinden. Het enige dat ik vond was het gevoel van verdriet, ik probeerde het te nuanceren. Waar kwam dit verdriet vandaan? Wat was de kern van mijn verdriet? Een gebrek aan gevoel van veiligheid, ik sprak me uit en legde uit waarom ik de overgang naar spel niet kon maken. De stilte maakte dat mijn verdriet leek te schreeuwen en ineens werd ik me bewust van een enorm hevig gevoel van moe zijn. Ik gaf aan dat ik naar bed wilde, alleen. Ik wilde alleen zijn, alleen met mijn verdriet, alleen met mijn moeheid. Ik wilde niet meer proberen een weg te vinden.
Eenmaal op de slaapkamer viel een prettig, geborgen en veilig gevoel over me heen als een deken die me koesterde. Ik stapte in bed en ondanks alle emoties heb ik redelijk kunnen slapen.
Aan het ontbijt vanmorgen een poging tot praten, het voelde als me bewegen door modder. Enerzijds door hoe moeizaam praten tussen ons tegenwoordig gaat, anderzijds omdat ik een weerstand tot praten in mijzelf ervaarde. Mijn partner gaf aan dat mijn opmerking over me niet veilig voelen hem wakker gehouden had. Dat snap ik, het is waarschijnlijk ook hevig als Dom om dat te horen. Ik legde uit dat het niet te maken heeft met het fysieke stuk, ik voel me daarin altijd veilig bij hem.
Het ligt op het emotionele vlak, er is zoveel veranderd, met name voor de sub en het meisje. De man in hun leven is veranderd, de Dom in hun leven is veranderd. In zekere zin voelt dat bijna als een nieuwe man/Dom toelaten, het gaat niet gepaard met de zenuwen die ik normaal altijd heb wanneer ik een nieuwe Dom in toelaat maar ik herken wel andere aspecten. Het niet weten waar ik van op aan kan, het niet kunnen lezen van die ander, het niet begrijpen van die ander zijn manier van communiceren, van bewegen, van Zijn.
Het kost tijd en energie hier een weg in te vinden, het gaat gepaard met tal van emoties. Er valt steeds meer weg dat bekend en vertrouwd was en het beetje dat overeind gebleven is wordt overschaduwd door de impact van de veranderingen in mijn partner (en daarmee ook de relatie). Het is aan mij om dicht bij mezelf te blijven, dat doe ik ook echt maar dat betekent ook dat mijn grenzen verschoven zijn en dat leidt weer tot nog meer verlies van het vertrouwde wat iets had kunnen geven. Zoals een prettig spel.
Plaats reactie