Wanneer de hevigste tranen voorbij zijn dwing ik mijzelf om van de bank op te staan en uit het zware verdriet te stappen. Wanneer ik bezig ga om kaarsjes voor mijzelf aan te steken en één kaars weigert om aan te gaan blijf ik hardnekkig en gedachteloos volhouden.Uiteindelijk lukt het mij om het vlammetje brandend te krijgen, voorzichtig plaats ik de rode kaars in de grote glazen houder en kijk toe hoe het vlammend wanhopig brandend poogt te blijven.Het glas beschermt de vlam tegen sterke wind die het direct uit zou laten gaan.Dapper laait het vlammetje nog even op om het dan toch op te geven.De metaforen in de bewegingen ontgaan me niet. Ik ben dat vlammetje dat wanhopig probeert te blijven branden. Ik ben die kaars achter het glas en ook ben ik het die door het glas kijkt hoe het vlammetje strijdt om te blijven branden.Mijn verdriet ligt als een deken over me heen, ik heb geprobeerd haar met woorden te delen en ik brak in de confrontatie van het mijzelf horen praten. Daarna trok ik mij terug en verwarmde mijzelf met de warme klanken van mijn emo-lijst, de enige muziek die mij altijd diep in mijn kern weet te brengen.Ik ben niet bang voor de pijn en scherpte van emotie, ik ben bang voor het moment dat deze verdwenen is.Schreef ik eerder deze week dat we bewegen van moment naar moment voelt het nu alsof dat het optimistische sausje is waarmee ik het serveer. Want het voelt vaker als vegeteren van moment naar moment, als overleven van moment naar moment. De periode daartussen voer ik de grootste strijden om niet ten onder te gaan. Aan de leegte, waar ik nu geen uitleg aan wil geven omdat ik niet wil kwetsen maar het is die leegte die me breekt. Beetje bij beetje brokkelen er stukjes mij af, ik cijfer steeds meer weg omwille van de liefde, omwille van houden van. Omdat ik zo graag wil dat we weer een weg vinden, geen aaneenschakeling van momenten maar een draad die ons bindt, op elk moment. Een draad die we beiden kunnen vastpakken op elk willekeurig moment waarmee we de ander, maar zeker ook ons zelf, kunnen laten weten dat we er zijn, dat we de verbinding niet loslaten.Wat er niet is kun je niet tevoorschijn toveren, wat niet leeft kun je niet tot leven wekken.Ik doe zo vreselijk mijn best om een weg te vinden in leven met een partner die grotendeels ‘weg’ is. Weg in de zin van niet bereikbaar voor mij, weg in de zin van niet echt aanwezig, weg in de zin van bewegend in de bovenste lagen van samenleven.In die momenten van zijn ‘weg’ zijn voel ik me zo intens eenzaam, ik doe echt mijn best mijzelf invullingen en uitdagingen te geven. Ik houd vast aan optimisme en probeer dicht bij mezelf te blijven terwijl ik voel hoe ik meer en meer van mijzelf aan het kwijtraken ben.En soms is er dan zo’n moment zoals vanavond, dan breekt het lijntje. Dan breekt de dam en word ik weggespoeld door alle emoties. Dan is er eenzaamheid, verdriet, boosheid, gemis en geen klankbord. Al probeer ik wel te praten, ik blijf proberen te delen wat in mij leeft al is het pijnlijk, al moet ik er steeds vaker een drempel voor overwinnen.En dan is er ook nog de sub in mij, zij drijft op een vlot, soms trekt de Dom het vlot even naar zich toe en weten ze samen te bewegen maar ze eindigt telkens weer alleen en eenzaam op dat vlot. Ze heeft het opgegeven, zij en het meisje in mij. Ze hebben losgelaten….en dat breekt me.Ik ben gebroken, ik kan en wil dit niet meer. Ik kan praten en blijven praten, er wordt naar me geluisterd, er wordt me verzekerd hoeveel liefde er voor mij is (dat weet ik) maar feit is dat ik leef met iemand die nog maar zo minimaal in staat is een connectie met mij te maken en dat breekt me dagelijks.
(dit schreef ik 25 januari)
zoveel verlangen en zoveel machtloosheid 🥲
LikeGeliked door 1 persoon