Mijmeringen

Het voelt als hard werken, om de connectie met mijzelf actief te houden. Om deze te blijven voelen, om bewust iets te doen (of laten) dat de verbinding in stand houdt. De afgelopen week was een erg hectische week, er werd veel aanspraak gemaakt op mijn ondersteuning als mantelzorger, er stonden wat meer afspraken dan anders, het was soms puzzelen om ook de balans met mij beperking en chronische vermoeidheid goed te houden. Veel sn mijn schrijf momentjes vinden plaats als ik in bed lig, of wel in de middag of in de nacht als ik naar bed ga. Onze slaapkamer en het bed zijn een veilige cocon en dat helpt om mij open te stellen voor mijzelf. Het helpt om mijzelf spiegels voor te houden, om mijzelf te zien, écht te zien met al mijn mooie en minder mooie kanten, met al mijn emoties, met mijn gemis en mijn verlangen.

Deze week was daarbij ook zwaar met alle processen in mij, reflecterend op het weekend waarin partner en ik even in goede verbinding stonden, reflecterend op de dagen erna waarin die verbinding weer verdwenen was. Constateren dat ondanks het mooie en fijne van het weekend verdriet eigenlijk nog steeds overheerst, daar niet echt over kunnen praten. Constateren dat ik in de dagelijkse gesprekken diepgang mis, dat ik steeds vaker mijzelf intellectueel uitdaag om te voorkomen dat ik ga dwalen en daarin ga verdwalen. Ondanks al deze processen probeer ik optimistisch te blijven, blijft ik bewust dicht bij mezelf en zie hoe dat soms leidt tot meer afstand tussen mij en partner. Ik kan beter accepteren dat er ook een aandeel bij hem ligt en ik niet het uiterste van mijzelf hoef te vragen om een brug te slaan. Dan kijk ik wel een poosje vanaf de kade toe hoe er vanaf de andere kant nagedacht wordt over een brug slaan.

Ik denk soms dat ik steeds beter een weg kan vinden in wat veranderd is, en op andere momenten voel ik mij moedeloos omdat ik me op onbekend terrein bevind en het voelt alsof ik daarin zonder mede navigator aan het sturen ben. Ik zal heus wel ergens komen, en ik ben zeker van plan om er zonder schade te komen. Er gloort geen horizon, er is gewoon een breed zicht dat ruimte biedt om voort te blijven bewegen en soms denk ik dat is wat ik doe. Blijven bewegen met de blik op oneindig, voorbijgaand aan de nood om soms te stoppen, om rust te nemen, om het veranderende landschap in me op te nemen, om in de achteruitkijkspiegel te kijken naar het landschap dat achter me ligt alsmaar kleiner wordt en verder van mij verwijderd raakt. Hoe verder weg ik raak des te minder hevig lijkt de heimwee te zijn.

Ik mijmer wat af terwijl ik mijn blik weer naar voren richt.

Plaats reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑